OMTREKKENDE BEWEGINGEN

Gepubliceerd op 3 december 2023 om 00:16

RAYMOND CUIJPERS - GINIO ELSTAK, September-November 2023

Ginio Elstak zit op de hoek van de lange tafel in de Coffee Company aan de Scheldestraat in Amsterdam, muts op, donkergerande bril, verfvlekken op broek en trui, gebogen over een boek met een lege cappuccinokop naast zich. De ruimte is heet en gevuld met mensen, de gebruikelijke hippe vrouw met laarsjes, rok, strakke top starend naar een laptop soms nippend aan een flat white, overheerst. Als hij me ziet ontworstelt Ginio zich aan zijn boek. Hij oogt vermoeid, we hebben elkaar vaak gezien, en steeds vergat ik dat hij 67 is door zijn jeugdige blik en zijn open geest, het lichaam nog altijd in behoorlijke vorm, maar nu zie ik zijn ware leeftijd.

Hij heeft wat problemen, zegt ie, maar wijdt daar niet teveel over uit en hij leidt zichzelf en mij ook meteen af met het verhalen van een droom die hij had in Hengelo waar hij tien dagen verbleef tijdens de Art Brut Biënnale. Daar, opgesloten tussen fantastische maar ondoordringbare outsider kunstenaars, droomde hij dat hij werd opgeroepen door Manchester City voor het spelen van een testwedstrijd, hij wilde uiteraard gaan, het was immers zijn droom profvoetballer te worden en als dan de beste club van de wereld komt sla je die niet af, maar tegelijkertijd zag hij ertegenop, hoe kon hij weg geraken uit Hengelo, en was hij wel goed genoeg? Hij deed geen moeite om te gaan en ging dus niet en wist meteen ook dat hij er later spijt van zou krijgen… Het deed me denken aan een droom die vaak terugkeert bij mezelf: ik zit in het kleedlokaal, maak me klaar voor een wedstrijd, enkels zwachtelen, scheenbeschermers goed doen, kousen, touwtjes om de kousen hoog te houden, voetbalschoenen, maar dan weer zwachtelen en nog eens, teamgenoten verlaten het kleedlokaal, gaan het veld op, maar ik ben gevangen in de eeuwigdurende rituelen voorafgaand aan het betreden van het veld, waardoor ik überhaupt het kleedlokaal nooit verlaat… Ik zie het maar als een metafoor voor mijn voetballeven, ooit een talent bij Roda JC maar nooit het eerste gehaald, maar dat ik op mijn vijftigste nog altijd droom dat ik voetballer ben, en Ginio zelfs op zijn zevenenzestigste nog, bewijst dat de jongensdroom nooit verdwijnt, eerst droom je ervan om profvoetballer te worden - Ginio geloofde daar nog in tot ver na zijn veertigste -  dan ben je voetballer en lijk je de droom waar te maken, maar daarna ben je geen voetballer meer en keer je weer terug tot de droomwereld, wat mooi is, maar ook beangstigend misschien, want nooit droom ik dat ik een schilderij maak, ben ik dan wel een echte schilder, een echte kunstenaar als ik het in mijn onderbewustzijn niet lijk te zijn? 

 

Ok, we zitten dus in Coffee Company, ik bestel een chai latte (met havermelk, dat heeft met mijn osteopenie te maken en niets met misplaatst veganistisch gedoe) - City, ja daar wil je wel voetballen, en dan Pep Guardiola die steeds in je oor schreeuwt. Ginio was een goeie voetballer, zegt hij, de beste van de school, daarom weigerde hij ook een testwedstrijdje voor het schoolteam te spelen; de gymleraar wist ook dat hij de beste was en wilde hem ook zonder testwedstrijd in het schoolelftal opnemen, maar Ginio bleef koppig (trots?) weigeren, al schreeuwde alles in hem om mee te doen. Hij lacht er zelf om. Ik probeer meer over zijn geschiedenis te weten te komen, veel heb ik al in fragmenten gehoord toen we tijdens zijn tentoonstelling - Blakka Tarra - in Hybrid Cultures samen in het atelier waren en Ginio aan een tafeltje werkte in zijn boeken, en steeds was ik weer verrast als ik bijvoorbeeld mezelf terugzag in een van zijn schilderijen, of tekeningen zoals hij ze zelf liever noemt: hij maakte foto’s met zijn telefoon als mensen kwamen kijken, de tentoonstelling was de drukbezochtste tot dan toe, iedere dag kwamen weer mensen die Ginio kende, van zijn werkgroepje, van de Coffee Company, familie, vrienden, of gewoon mensen die hij in de buurt tegenkwam die hij met zijn enthousiasme wist te over te halen om zijn werken te komen bekijken. En die mensen zaten al of verschenen een tijdje later in zijn tekeningen, meteen herkenbaar aan de houding, de uitdrukking van een gezicht, hij wist als het ware de ziel van die mensen snel vast te pakken en op papier te brengen. We hadden het uiteraard veel over voetbal maar tussen alle verhalen door kwam ook bovendrijven dat Ginio als Zwarte man in een witte maatschappij nogal wat problematische encounters heeft gehad… Daar komt ook zijn alter ego vandaan: BLakka Tarra, letterlijk betekent het zwart als teer, Surinamers gebruiken het onderling als scheldwoord. Ginio gebruikt die naam met een ironische dubbele lading, eigenlijk zoals hij ook weigerde voor het schoolteam uit te komen; hij omarmt de negatieve betekenis en drijft er tegelijkertijd de spot mee door er heel lichtzinnig overheen te stappen, wie zegt immers van zichzelf dat ie zwart als teer is als hij weet dat dit een soort vloeken in de kerk is? Dubbelzinnig of niet, de nadruk komt zo wel te liggen op het feit dat Ginio een Zwarte kunstenaar is, en dat is iets wat hij zelf niet per se uit wil dragen, evenmin is hij een Art Brut-kunstenaar: Ginio Elstak is zich bewust van zichzelf en zijn bewustzijn en weet precies welke positie hij in de wereld, de witte wereld, inneemt. Zijn verhaal zit in de bijna maniakale wijze waarop hij de wereld om zich heen schildert, alsof hij een dusdanige grip op die wereld wil krijgen dat die voor altijd bewaard blijft. ‘Ik schilder ook om bepaalde dingen vast te leggen zodat ze bewaard blijven,’ zei Ginio tijdens een van de vele korte gesprekken die we voerden in het atelier, hij tekenend in zijn boek, ik een paar kleine doeken preparerend met gesso. Ginio is goed gezelschap, daar bedoel ik mee dat hij je met rust laat als je bezig bent en zelf altijd open voor je lijkt te staan, en zelfs tijdens het praten werkt hij gewoon door aan zijn tekeningen of leest hij wat in zijn boek. Een boek dat hij leest neemt dezelfde gedaante aan als de boeken waarin hij tekent en schildert, alsof hij als lezer de pagina’s ook bewerkt als was hij een schilder. Het boek ligt op tafel, het is duizenden malen beroerd, alsof het een oud boek van de bibliotheek is, zo ziet het eruit, kaft verbogen, pagina’s bollend. ‘Als ik lees kan ik niet schilderen,’ zegt Ginio. ‘Dan wil ik in het boek blijven.’ Omtrekkende Bewegingen van Sergej Dovlatov leest hij nu. ‘Een geniaal boek,’ zegt hij. Ginio is altijd al een lezer geweest, wilde aanvankelijk ook in een bibliotheek werken, deed zelfs een opleiding daarvoor, maar hij kwam er snel achter dat die opleiding niets te maken had met lezen maar meer met het organiseren van boeken, simpel gezegd: boeken op hun plek terugzetten in de kasten. Hij verbleef een tijdje in Amerika, in San Diego Californië. Deed daar high school, en hoopte een scholarship te krijgen om er te kunnen voetballen. Hij speelde in een team met Mexicanen, in die tijd, we spreken over begin jaren zeventig, was soccer nog niet echt populair onder de Amerikanen, en vond men het raar als je wilde voetballen, Ginio, met zijn lengte, zou basketballer moeten zijn. Maar hij wilde voetballen, echter een scholarship leek er niet in te zitten, daarom keerde hij terug naar Amsterdam. Toen hij daar was hoorde hij dat hij toch een scholarship kon krijgen, maar weer was er iets in hem dat zei: laat maar, teveel gedoe, ik heb geen zin om terug te gaan - je dromen zeggen veel zoniet alles over jezelf en hoe je in het leven staat, of hoe je met het leven omgaat. Deze Lässigkeit doet vermoeden dat dienstplicht niet soepel zou verlopen, inderdaad verliet Ginio na drie maanden de kazerne. ‘We willen je hier nooit meer zien!’ riepen ze hem na. 

 

Ik bestel nog een chai latte voor mezelf en een cappuccino voor Ginio. Misschien praten we hard, maar ons gesprek is niet meer of minder irritant dan de hippe dame met haar laptop die voortdurend zit te hoesten, weliswaar keurig in haar elleboog, maar toch. Ik zit nooit in Coffee Companies, en zeker niet zo lang als we hier zitten, voor Ginio is dit hier zijn tweede huiskamer, hier zit hij rustig hele middagen te tekenen in zijn boek of te lezen. Tijdens een van de eerste keren dat hij hier zat te tekenen, kwam iemand naast hem zitten en die vroeg of hij de tekeningen mocht zien. De man vond ze mooi, maar dacht dat het kindertekeningen waren. Ginio speelde het spelletje mee en zei dat ze van zijn dochter waren. ‘Ze heeft echt talent,' zei de man, ‘daar moet ze iets mee doen.’ We lachen er om. Je kunt het als een compliment zien, immers een kunstenaar wil zijn hele leven kind blijven, in ieder geval in zijn werk als een kind blijven denken. Maar het bracht Ginio een beetje aan het twijfelen, voor hem waren die tekeningen een manier geweest om zichzelf weer omhoog te trekken uit het moeras waarin hij verzeild was geraakt. Na zijn korte diensttijd ging hij Engels en Nederlands studeren en vervolgens vond hij snel een baan als leraar op een middelbare school. Hij ontpopte zich als een lievelingsleraar, die meevoetbalde met de leerlingen en dezelfde leerlingen echt iets wilde bijbrengen als het op Engels of Nederlands aankwam, dit in tegenstelling tot zijn collega’s die blasé in de lerarenkamer hingen, te roken en koffie te leuten, en meesmuilend naar hem keken, “wat maak je je druk jongen” drukten de houdingen van die collega’s uit. Zij zaten gewoon hun tijd uit en waren al lang blij dat ze zonder burn-out de pensioenleeftijd bereikten. Ik vertel over mijn periode als trainer bij Zeeburgia, hoe vermoeiend het was om voortdurend politieagent te moeten spelen en totaal niet toe te komen aan het voetbal zelf, tactiek, techniek, niets, na een seizoen was ik volledig uitgeput en wilde ik geen bal meer zien. Bij Ginio gebeurde het, na jaren de idealistische leraar uitgehangen te hebben, ook: hij ontplofte, dat wil zeggen hij implodeerde en kwam met een burn-out thuis te zitten. Hoe het voelde vraag ik. ‘Ik wilde niet meer naar die school,’ zegt Ginio. 'Ik zag ertegenop, de avond van te voren al, voelde me slecht, fysiek ook, op zondag begon het, o nee weer een week, ik kon het niet meer. De directeur wilde me behouden, maar het kon gewoon niet meer.’ Thuis begon Ginio te tekenen, dat deed hij al als jonge jongen, maar in de meer dan vijftig jaar die liggen tussen die jonge jongen en de burn-out man had hij niet getekend, wel nagedacht, geleefd, wijzer geworden, relaties gehad, dingen gezien; met dat alles in zijn brein begon hij te tekenen als een jongen van zeven. Onbewust ging hij terug naar de periode van zijn jeugd, toen alles nog voor hem lag, en met deze optimistische blik vol potentie tekende Ginio zichzelf uit zijn burn-out, alleen al het gevoel iets gedaan te hebben was positief en ook was er een voldoening die de tekeningen zelf hem schonken, hij was er tevreden mee. Tot de man die naast hem zat zei dat het goeie kindertekeningen waren, toen ging Ginio toch weer twijfelen. Maar het ritme van het tekenen verloor hij niet, hij werkte gestaag door aan zijn boeken, begon groter te schilderen op karton dat hij vond op straat, hij maakte wandelingen, fotografeerde wat hij zag en schilderde dat later, alledaagse dingen, dingen die hij tegenkwam, die hij mooi vond, een stapel vuilniszakken net zo goed als een bekende die hij op de fiets tegenkwam. Door als een chroniqueur van zijn eigen bewegingen door de stad te opereren kreeg Ginio weer grip op zijn leven, zijn leven kreeg zin, hij had zelf weer zin aan dat leven gegeven. Hij plaatste veel werk op social media en kwam zo ook weer in contact met familie - de Elstaks zijn een wijdverbreide familie met takken over de hele wereld - en ook oude vrienden. Een studievriend (Vincent Jobse) die een projectruimte in Noord was begonnen zag de werken op karton en stelde voor een tentoonstelling te maken in zijn ruimte, Pexpo in de Van der Pekstraat. Bezoekers van de tentoonstelling waren enthousiast en lovend over de schilderijen en vormden zo mede de motivatie voor Ginio om verder te gaan met schilderen. Ook ontmoette hij Annette Bijmans die zich opwierp als zijn agent. 

 

‘Waarom karton?’ vraag ik, niet omdat ik het niet weet, maar omdat ik van Ginio wil weten hoe hij is beginnen te werken op karton. ‘Ik houd van karton,’ zegt Ginio, ‘ik heb het ook op mijn vloer liggen thuis, lekker zacht, warm ook.' Ik knik, het is inderdaad een fijn gevoel om met blote voeten over karton te lopen. ‘En het is ook praktisch, ik vind het langs de kant van de weg, het kost niets,’ vervolgt Ginio. Eerder al hadden we gesproken over de zuigende werking van karton, de acrylverf wordt als het ware opgezogen waardoor het geheel de uitstraling van gouache of tempera krijgt of zelfs het melkachtige van een fresco; ik vind dat het karton een kwaliteit van Ginio’s werken is, ze geven ook iets vluchtigs aan de beelden, alsof het snapshots zijn, dat zou je nooit met olieverf op doek kunnen bereiken. Het materiaal dat Ginio gebruikt is dus praktisch, lekker goedkoop, maar heeft wel degelijk ook een inhoudelijke betekenis, het loopt analoog met de lichtheid die Ginio eigen is, je zou het soms ook nihilisme kunnen noemen, of zelfveronachtzaming, als je jezelf zwart als teer noemt terwijl je ontegenzeggelijk een Zwarte man bent of als je niet wil spelen in het schoolelftal omdat je een testwedstrijd moet spelen… Wat zou er gebeurd zijn als ik had geweigerd de testwedstrijd bij Roda op Kaalheide te spelen (omdat ik vond dat ik de beste was en ze me zonder testwedstrijd meteen een jeugdcontract hadden moeten aanbieden)? Niets. Andere jongens waren aangenomen en ikzelf was weggezakt in mijn gefnuikte droom. 

 

Maar goed, de man die dacht dat het kindertekeningen waren dacht dat misschien omdat de werken iets naïefs hadden, die man keek niet goed want hij zag niet de sublieme weergave van houdingen en uitdrukkingen in de tekeningen - Ginio werkt trouwens altijd van foto’s, die hij eerst met potlood natekent, en dan ‘inschildert’, maar in het natekenen zit al de Ginio Elstak-, of de Blakka Tarra-vervorming die de werken zo subliem maken, precies zoals Ginio ook is, altijd klaar om je op het verkeerde been te zetten, met een grap, een woordspeling of een onverwachte handeling - het is een eigen beeldtaal. Het onschuldige, het alledaagse, daar wil Ginio zelf liever een donkerder randje aan geven zoals hij bijvoorbeeld bij de Amerikaanse Zwarte schilder Henry Tailor heeft gezien: “Ain’t no More Cotton” staat er geschreven in de ceruleumblauwe lucht boven twee Zwarte mannen die op een okergeel leeg veld staan. Dit zinnetje legt hun geschiedenis bloot en levert tevens een commentaar op de huidige tijd. ‘Dat wil ik ook in mijn werken bereiken,' zegt Ginio. Soms zet hij zijn muts af en dan weer op. Die muts en de bril met het zware montuur, dat is zijn handelsmerk, als je alleen die muts en die bril zou schilderen zou je Ginio kunnen portretteren, dat is, als je oppervlakkig kijkt, zoals de man die naast hem zat deed. Maar dan vang je niet de ambiguïteit, de dodelijke nonchalance en de zachte scherpzinnigheid die in Ginio altijd vechten om voorrang. Zo begeeft hij zich ook voortdurend in verschillende werelden, waaraan hij zich als een amfibie altijd weet aan te passen. Mij fascineerde het verhaal van een man die ik ook met Ginio ontmoette in Hybrid Cultures. Ze zaten rustig een biertje te drinken toen ik binnenkwam. Een wat gezette man met Amsterdamse tongval, hij heette Henk dacht ik, stelde zich joviaal voor en begon vrijwel meteen over zijn passie voor ‘bewustwording’. Ik knikte en zei dat in feite alles bewustwording is, waar hij niet verder op in ging en ik ook niet. ‘Hij gaapt,’ zei Ginio later, ‘en dan krijgt hij een soort visioen.’ Ginio werkt af en toe samen met Henk in een ruimte waar iedereen in feite welkom is, een soort creatieve ruimte waar iedereen kan schilderen of tekenen of ander werk kan maken. Ginio schildert in zijn boek in Coffee Company, zijn huis ligt vol met schilderijen op karton. Ik bezocht hem ooit in een atelier dat hij tijdelijk kon huren in Reigersbos, een voormalig kantoorpand, een beetje naargeestig vond ik, maar de werken sprankelden. Ginio schildert overal, absorbeert als het ware de plek waar hij zich bevindt en transformeert die tot sublieme beelden die direct zijn, wars van kunst en tegelijkertijd alle kunst overstijgen die ik ooit gezien heb. Als Ginio een portret van jou maakt zie je zijn blik, hoe hij jou ziet en die blik is scherp, respectvol en speels tegelijkertijd, alsof hij je ziel even vastpakt, ermee aan de haal gaat en hem binnenstebuiten aan je teruggeeft. Pep Guardiola zou goedkeurend hebben geknikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Rob Berendsen
6 maanden geleden

Raymond, wat een helder kleurrijk portret van Ginio.